strand van paleopoli

Droom of werkelijkheid
"Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon ik me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhou was. Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was" (Zhuang Zi/De volledige geschriften, vertaling Kristofer Schipper)

Wie regelmatig in het dromenrijk verkeert, zal geen moeite hebben zich in deze vraag van Zhuang Zi te herkennen. De parallelle werkelijkheid, die zich in de nacht in de vorm van dromen openbaart kan zich net zo levensecht voordoen als de ervaringen van overdag. Grappig genoeg, wordt het slot van dit vaak aangehaalde citaat meestal niet vermeld:

"toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en die vlinder. Dat noemen we dan maar de verandering der dingen".

Terug naar boven


De alchemie van waken en slapen
Wat Zhuang Zi hier zegt is dat hij en de vlinder zijn als de dynamische krachten van yin en yang. Beide energieën hebben scheppende kracht, maar alleen in hun complementaire werking kunnen ze voortbrengen, kan iets nieuws ontstaan, verschijnen de veranderingen. Ze zijn onderling afhankelijk en hebben elkaar nodig als man en vrouw elkaar nodig hebben om een kind voort te brengen. Of Zhou zich nu identificeert met de vlinder, of de vlinder met Zhou is beiden zowel waar als niet waar en uiteindelijk niet echt interessant. Identificatie met één pool alleen kan immers nooit tot iets nieuws leiden. Veel opwindender is de vraag wat er geboren zou worden wanneer de vlinder en Zhou zich zouden verenigen. Het op gang brengen van dit alchemistisch proces noem ik werken met dromen. Ook de dromen zelf zou je kunnen zien als een alchemistisch product van twee complementaire krachten. Als je er vanuit gaat dat niets op aarde kan bestaan zonder zijn tegendeel, dan heeft ons dagbewustzijn ook een slapend karakter en zal als we slapen, iets in ons ook wakker zijn. Dromen ontstaan dan daar waar deze twee bewustzijntoestanden op elkaar inwerken.

Terug naar boven


De herinnering van een droom
Een droom kan gaan over een impressie in beeld, taal, geluid, of iedere andere ervaring waar je uit de nacht mee terugkeert naar het waakbestaan. Een droom kan echter ook een grote wens of diep verlangen zijn naar iets om in dit leven waar te maken. Misschien geen reële wens, maar wel waar en diep gekoesterd. Ik houd er van om de dromen uit de nacht in beide betekenissen te benaderen. De vrije tevreden fladderende vlinder, die zich laat zien in de droom aan Zhou, is dan als een herinnering aan wie hij, Zhou, ook kan zijn. Terwijl het feit dat Zhou zich de droom herinnert een verlangen uitdrukt om zich met de vlinder te verenigen. Een verlangen naar de eenheid van wie hij werkelijk is, hetgeen hij in het waakleven was 'vergeten' en dat nu via het ervaren van de tweeheid (Zhou en de vlinder), een verandering voortbrengt. In die zin is iedere ontvangen droom een mogelijkheid tot transformatie die je een stap dichter bij eenheid en heelheid brengt te midden van de dualiteit.

Terug naar boven


Droomtaal
Dromen hebben hun eigen bloemrijke taal, die zowel uiterst persoonlijk als uiterst algemeen is. Om een droom te kunnen ontvouwen vraagt het van je om beide talen te verstaan. Het ontleden van de persoonlijke taal waarvan een droom zich bedient, vraagt openheid van zaken over je ervaringen in het waakleven en speurzin als ware je een detective. Wanneer ik droom over een reis met een ferry, gaan daar persoonlijke associaties, ervaringen en betekenissen uit mijn waakleven aan vooraf. De droom grijpt daar als het ware op terug en alleen ik kan onthullen waarom. Eenzelfde droom over een reis met een ferry van mijn partner kan in dit licht een volkomen andere strekking hebben. Zijn associaties en ervaringen met een ferry zijn immers anders. Als gezegd de droomtaal is ook persoonsoverstijgend. Om de algemene taal te verstaan helpt het om kennis te nemen van de culturele traditie waarin de dromer is grootgebracht en van archetypische betekenissen. In het voorbeeld van een reis per ferry, zijn zowel het reizen als de ferry vrij universele archetypische fenomenen. De mens op reis is een heel oud beeld. Het is de mens onderweg, al dan niet naar een bekende bestemming, maar altijd los van de thuishaven, blootgesteld aan het onverwachte, buiten het primair bekende kader. Een ferry is een wat moderner beeld en kunnen we typeren als een publiek vervoermiddel over water. Weliswaar een vervoermiddel met een afgebakend traject, een heen en weer en daarmee een minder onvoorspelbare gang dan een schip op vrije zee, maar toch van andere orde dan een collectief vervoermiddel als de bus, die zich over land beweegt. In het uitleggen van een droom zijn dit belangrijke verschillen omdat ook water en aarde (land) weer andere archetypische betekenissen hebben. De culture achtergrond van een dromer kleurt vervolgens de archetypische beelden. Voor een Griekse eilandbewoner heeft een ferry een andere algemene betekenis dan voor de gemiddelde Zwitser. Het verzamelen van al deze gegevens helpt je bij het overwegen van een droom. Uiteindelijk is een droom natuurlijk meer dan een verzameling te ontleden gegevens. Zoals taal meer is dan een reeks afzonderlijke woorden, zo kent ook de droomtaal patronen en structuren, die verbanden aanbrengen en betekenis geven. Voor het verstaan van de droomtaal zijn deze net zo belangrijk als de betekenis van de afzonderlijke impressies.

Terug naar boven


Dromen benaderen
Taal is vooral verbonden met ons mentale vermogen. Dromen zijn echter een uitdrukking van een veel groter bewustzijn. Ze stijgen uit boven het conceptuele, geven onderbewuste en ook bovenbewuste signalen af, zijn net zo goed verbonden met de zintuigen als met ons gevoelslichaam en onze geest. Een uitsluitend mentale benadering vanuit de taal kan daarom tekort schieten in de ontmoeting met een droom. Contact maken vanuit een fysiek-energetische niveau, of via een gevoelsmatige laag kan net zo goed een ingang bieden. In die zin zou je de benadering van een droom kunnen vergelijken met de benadering van een ander mens. Een werkelijke ontmoeting vindt plaats wanneer we geraakt zijn op alle niveaus van zijn (geestelijk, mentaal, gevoelsmatig, fysiek-energetisch). Dat noemen we dan vaak chemie. Die vergelijking van een droom met een ander mens gaat ook op wanneer je beseft dat je een ander nooit werkelijk kunt vatten. De ander kan je op allerlei manieren raken, veel of weinig voor je betekenen, maar iemand anders volledig kennen, is onmogelijk. Dit principe geldt ook voor een droom. Deze behoudt een ondoorgrondelijke eigenheid, waarvan je nooit bezit kunt nemen. Hieruit volgt dat een al te rigide taalkundige ontleding van een droom leidt tot een averechts effect dat doet denken aan het sprookje van de gans met de gouden eieren: een gans legt op miraculeuze wijze elke nacht een gouden ei, maar als de boer dit niet in dankbaarheid en verbazing kan ontvangen en de gans slacht in de hoop alle gouden eieren in een keer te kunnen rapen, vindt hij niets en doodt de bron van zijn potentieel geluk. Een receptieve, benieuwde, maar niet begerige grondhouding is dus noodzakelijk voor de interactie met een droom. Tegelijkertijd heeft de droom zich daarmee nog niet ontvouwd. Er is wel een gans (de droom), maar dat maakt nog geen gouden eieren (de ontvouwing). Daaruit volgt een vraag: als de interactie met een droom is als de ontmoeting met een ander, is dan de chemie die daaruit kan ontstaan toevallig, door de hemel gegeven, of kunnen we daar zelf aan bijdragen?

Terug naar boven


Dromen ontvouwen
Jung zei ooit dat iedere onbegrepen droom is als een aan jou gerichte brief die je niet hebt geopend. Daarmee waardeert hij niet alleen het fenomeen van de droom, maar zegt hij impliciet ook dat het veronachtzamen van de boodschap van een droom, is als een belediging aan het adres van de afzender. Zhuang Zi benadrukt het belang van een droom op iets andere wijze. Voor hem draait het om een ontmoeting tussen twee vormen van bewustzijn, die evenwaardig zijn, maar niet gelijk. Uit deze ontmoeting kan iets nieuws voortspruiten dat daarvoor nog niet bestond. Als we deze twee invalshoeken combineren zouden we kunnen zeggen dat de boodschap van een droom het scheppend vermogen heeft om ons dagbewustzijn te bevruchten, waaruit een vernieuwing kan volgen. Dat is dan zogezegd het doel. Ook de sleutel om dit doel te bereiken vinden we terug in de genoemde citaten. De afzender van de brief uit het citaat van Jung is immers niet iemand of iets anders dan jouw Zelf. Zoals Zhuang Zi in zijn citaat zowel Zhou als de vlinder is. Daarmee wordt de sleutel tot het ontvouwen van een droom om te beginnen het besef dat ik mijn droom ben. Mijzelf ervaren als mijn droom geeft fundamenteel andere informatie dan mijn droom bestuderen als een object buiten mij. Wanneer ik een ferry op zee word (bijvoorbeeld door dramatische of beeldende vormgeving) kan ik me ook als ferry op zee uitdrukken. Zo kunnen we een droom laten spreken. Vervolgens is het aan mijn dagbewustzijn, dat ik net zo goed ben, om te willen luisteren. Dat lijkt makkelijker dan het soms is. Ons dagbewustzijn heeft de neiging zich te laten leiden door wat het kent, door wat het goedkeurt en door afkeer. Een boodschap van een ferry op zee is voor mijn dagbewustzijn misschien nog weinig schokkend, maar dromen hebben maar al te vaak een toon of smaak die buiten de morele normen vallen. Als ik droom dat ik iemand vermoord voel ik al meer schroom om te zeggen 'ik ben die droom, ik ben een moordenaar'. Ook een droom over iemand waaraan ik in het waakleven een hekel heb, met wie ik in de droom uitgebreid seks heb, is voor mijn dagbewustzijn slecht te verkroppen. Het kan even duren voordat het dagbewustzijn deze 'luistervaardigheid' heeft ontwikkeld. En ook daarna zal de neiging van dit bewustzijn zich te vernauwen steeds weer terugkeren. Het enige antwoord op die vernauwing ligt in het oefenen van een open gewaarwording. Grappig genoeg is dit niet alleen een noodzakelijk conditie voor het werken met dromen, maar helpt het werken met dromen ook om een open gewaarwording eigen te maken. Dan, voor alle duidelijkheid: het opnemen van een droom als zijnde jou zelf, betekent niet dat al je dromen ook over jou gaan. Net zo goed kan een droom objectieve informatie geven over een ander, een situatie behandelen waarmee je van doen hebt of zelfs een licht werpen op de toekomst. De conceptie, tot slot, vindt plaats daar waar het dagbewustzijn zich werkelijk laat raken door het bericht van de droom en dit weet te verbinden met gedragingen in de actualiteit. Met die conceptie is het niet anders dan met de conceptie van een kind. Je moet er wat voor doen om het mogelijk te maken, anders gebeurt het zeker niet. Of er uiteindelijk ook een kind geboren wordt, laat zich niet afdwingen en blijft een wonder. Soms gaan er vele dromen of veel tijd overheen, sommige dromen blijven altijd een raadsel.

Terug naar boven


Dromen onthouden
Als we een droom beschouwen als een bezoeker in de nacht, dan kunnen we ons ook voorstellen dat deze aan onze deur voorbijgaat als ons huis al propvol is. Een propvol huis ontstaat wanneer je 's avonds uitgeput neerstort op bed en 's ochtends meteen opspringt om je aan de taken van de dag te wijden. Een propvol huis is de laveloosheid van alcohol, drugs of televisie. Een propvol huis is de geest die bezeten is van gedachten, zorgen en andere dwangmatigheden. Er zijn vast meer voorbeelden, maar hoe dan ook vinden dromen over het algemeen in deze huizen geen toegang. Tenzin Wangyal Rinpoche geeft in zijn boek over dromen, de werkelijkheid van slapen en dromen, een praktische tip. Hij adviseert om voor het slapen gaan niet alleen je tanden te poetsen, maar ook iedere avond je geest te zuiveren. Dat wil zeggen in ieder geval zo leeg te maken dat er ruimte ontstaat voor iets anders dan je dagbewustzijn. Een ontspanningsoefening, het bewust loslaten van gedachten over wat je bezig houdt gedurende de dag, luisteren naar muziek, alles wat helpt om een overgang te maken van de dag naar de nacht. Nodig de droom uit alsof je een gast uitnodigt en geef je over aan het onbekende.

Bovenstaande is geen garantie dat je ook een droom krijgt, of beter gezegd dat je een droom herinnert. Bovendien kunnen dromen net zo goed toch verschijnen in propvolle huizen. Daarin zijn het werkelijk wispelturige, grillige en niet aan te sturen krachten. Je kunt ze tegen werken of je kunt ze een perfecte bedding bieden, uiteindelijk is het feit dat ze zich aanbieden niet aan jou. Het kan helpen je te realiseren dat dromen zich voordoen in eindeloze gedaanten, vormen en uitersten. Sommige mensen dromen iedere nacht hele verhalen, andere hebben heel af en toe een gewaarwording uit de nacht. Er zijn perioden en levensfasen die meer dromen voortbrengen en soms is het lange tijd 'rustig'. Vakanties, waarin je los bent van een dagelijkse focus, kunnen dromenreeksen op gang brengen. Kleine kinderen of andere factoren die een nachtelijke alertheid van je vragen, kunnen dromen naar de achtergrond verdrijven.

Als we alle externe factoren uitsluiten, die al dan niet van invloed kunnen zijn op je herinnering aan een droom, dan kun je het heft weer in handen nemen bij het wakker worden. Neem de tijd om de overgang van nacht naar dag te maken. Blijf liggen in de houding waarin je voor het eerst de dag gewaar werd, of keer daar naar terug. Vraag je af waar je vandaan komt. Kijk niet alleen naar beelden, maar sta stil bij de gemoedsgesteldheid waarin je wakker wordt. Zijn er geluiden, klanken, smaken, geuren of associaties met ervaringen? Blijf hierin aanwezig en ga na of je vanuit de eerste gewaarwordingen verder terug kunt. Wees ook weer niet te begerig, want dan slaat de droom op de vlucht. Schrijf op wat je weet, het liefst meteen, of deel je droom met iemand die in alle openheid kan luisteren. Houd het bij de feitelijke waarnemingen, zorg dat je dagbewustzijn er niet iets van maakt, schrijf of spreek in de ik-vorm en de tegenwoordige tijd en zo nauwgezet mogelijk. Niet: het was een droom over een bakkerij waarin het brood verbrandde, maar: ik droom dat ik een bakkerij binnenstap, ik ben daar om vers brood te kopen. De man achter de toonbank kijkt me mismoedig aan en zegt me dat het brood vandaag verbrand is, omdat hij de oven verkeerd heeft afgesteld. Beschrijving van omgeving en details doen er toe bij dromen.

Ook voor het onthouden van dromen geldt dat de volhouder wint. Ik ken vele voorbeelden van mensen die beweerden nooit te dromen, maar die toch op gang kwamen toen hun werkelijke belangstelling voor hun droomwereld was gewekt. Als het ondanks alle inspanningen toch karig blijft, maar je je benieuwdheid wel wilt voeden, wend je dan tot dromen uit je verleden. Ergens in je kindertijd of later zullen er dromen zijn geweest. Sluit je (jeugdige) dagdromen en fantasieën niet uit en zoek ook naar andere wegen om je verbeeldingskracht te voeden. Als zelfs dat niet helpt, vraag dan naar de dromen van de mensen om je heen: partners, kinderen, ouders, vrienden, wie er ook maar om je heen staat met wie je de intimiteit van de droom wilt delen.

Terug naar boven